Twee kinderen spannen een elastiek om hun enkels, de rest springt er een vast patroon in. Elke ronde gaat het elastiek hoger.
Alle buitenspelen
221 spellen voor op het plein, waarvan er 48 geen enkel stuk materiaal vragen en 150 in een kwartier pauze passen. Filter op wat je bij je hebt, hoeveel kinderen er staan en hoeveel tijd je hebt.
Kies een spel voor mij
Eén willekeurig spel uit de 221 die nu overblijven. Bevalt het niet, dan draai je nog een keer — je krijgt niet twee keer hetzelfde tot de pot leeg is.
Draai aan de knop
221 spellen gevonden
De muis blijft doodstil tot de adelaar beweegt — dan is het rennen naar de veilige kant.
- Niets nodig
Iedereen is tikker en kan tegelijk ook getikt worden — word je geraakt, dan ga je zitten tot degene die jou tikte zelf ook getikt wordt.
- Niets nodig
Iedereen pakt willekeurig twee andere handen vast — en dan moet de groep zich samen ontwarren.
- Niets nodig
De zoeker roept met zijn gezicht naar de muur. Wie beweegt als hij zich omdraait, gaat terug naar de startlijn.
- Pionnen
Word je getikt, dan bevries je als een banaan — pas als twee klasgenoten allebei een arm naar beneden trekken, ben je weer vrij.
- Niets nodig
Wie een bal oppakt, bevriest ter plekke — en wie geraakt wordt, gaat zitten maar blijft meespelen vanuit zittende positie.
- Een bal
Getikte spelers bevriezen — pas een dubbele high five van een medespeler maakt ze weer los.
- Niets nodig
Vijf steentjes, één hand en steeds minder tijd. Het spel dat je in een hoekje van het plein speelt.
- Pittenzakken
De tikker heeft een blinddoek om en moet op geluid tikken in plaats van op het zicht.
- Klein grut
Eén kind met een blinddoek in het midden van de kring. De rest moet stil zijn — en dat lukt niet.
- Klein grut
De boodschapper roept welk fruit hij wil kopen — en iedereen rent naar het bijpassend gekleurde vakje zonder getikt te worden.
- Pionnen
In elke hoepel staat een kind. Wissel van boom zonder dat de lummel er eentje inpikt.
- Hoepels
Sta voet-aan-voet in een kring en probeer de bal tussen andermans bruggen door te spelen — terwijl je je eigen brug bewaakt.
- Een bal
Eén team beeldt iets uit, het andere raadt — bij een goed antwoord volgt een achtervolging.
- Niets nodig
Team A geeft een rubberen kip via boven het hoofd en onder de benen door, terwijl team B rondjes rent om het eigen nest.
- Een bal
Tweetallen rennen de hele kring rond met de klok mee, tot ze elkaar weer tegenkomen.
- Hoepels
Op 'dode vis!' laat iedereen zich vallen en doodstil liggen — de leider zoekt wie er nog beweegt.
- Niets nodig
Steek de rivier over naar de overkant zonder dat de vis in het midden je te pakken krijgt.
- Pionnen
Twee lopers 'snijden' de mensenkring doormidden en rennen ieder een kant op terug naar de opening.
- Niets nodig
Wie getikt wordt, neemt het dier en het geluid van de tikker over.
- Niets nodig
De dino met de bal bepaalt de beweging — iedereen doet mee, of wordt opgegeten.
- Een bal
Iedereen staat op een vaste plek in een rooster — behalve de tikker en de loper, die er dwars doorheen jagen.
- Pionnen
Iedereen is tegelijk drakendief en drakenbeschermer — beroof anderen van hun staart terwijl je je eigen staart probeert te redden.
- Lintjes of hesjes
De draak tikt spelers aan en sleept ze mee als een groeiende staart.
- Niets nodig
Drie spelers vormen een driehoek en spelen elkaar de bal toe; de vierde verdedigt in het midden.
- Een bal
Twee spelers vormen samen een beschermende cirkel om de derde — de vierde probeert er toch bij te komen.
- Niets nodig
Er zijn expres te weinig bomen — de eekhoorns zonder plek moeten wisselen, en de vossen loeren op wie loskomt.
- Niets nodig
Loop achter de kring langs en tik zachtjes op elk hoofd 'eendje' — roep je 'gans!', dan moet je rennen voor je bent!
- Niets nodig
Wie gejaagd wordt, koppelt zich vast aan een tweetal — en duwt daarmee de derde de jacht in.
- Niets nodig
Bij een even antwoord jaagt het ene team, bij oneven het andere — wie getikt wordt, wisselt van kant.
- Niets nodig
Win je steen-papier-schaar, dan evolueer je een stapje verder — van ei via kip en dino naar rockster en superheld.
- Niets nodig
Handen op de rug. Je haalt ze alleen tevoorschijn als de bal echt jouw kant op komt.
- Een bal
Word je aan de kant geroepen, dan moet je oversteken — geraakt, dan word je zelf een fruitboom.
- Niets nodig
Elke speler heeft een vaste functie — gooier, tikker of roller — en mag alleen doen wat bij die rol hoort.
- Een bal
Zoveel keer als er gefloten wordt, zo groot moet het groepje zijn dat je razendsnel vormt.
- Niets nodig
Roept de leider jouw teamnaam, dan sprint je naar de overkant — roept hij 'allemaal!', dan rennen beide teams tegelijk.
- Niets nodig
Zolang de haaien 'kom je spelen?' roepen, sluip je dichterbij — bij 'haaienaanval!' ren je voor je leven naar de overkant.
- Niets nodig
Gebukt sta je klaar terwijl je achterste klasgenoot over de hele rij heen springt — en dan is de volgende aan de beurt.
- Niets nodig
Elke hardloper duikt onder de armen van alle voorgangers door en vormt zelf een nieuwe schakel van het hek.
- Pionnen
Wie getikt wordt, moet eerst een heel rondje langs de vier hoekpionnen rennen voor hij weer mag meedoen.
- Pionnen
Elk voorwerp uit het tasje betekent een andere beweging — hou je het goed bij, dan ben je als eerste bij de finish.
- Klein grut
Vraag samen aan het monster of het honger heeft — zegt het ja, dan ren je naar de overkant zonder getikt te worden.
- Niets nodig
Achter elkaar loop je over een kronkelend pad — stap je ernaast, dan hapt een krokodil naar je voet.
- Stoepkrijt
Twee rijen leerlingen vormen met gekruiste, ineengehaakte armen een levende poort — en jij moet erdoorheen rennen voor hij dichtklapt.
- Niets nodig
Wie de bal vasthoudt, is doelwit — spelen naar elkaar is de enige veilige weg.
- Een bal
Samen vraag je meneer Vos hoe laat het is en zet je zoveel stappen naar hem toe — tot hij 'etenstijd!' roept en je moet rennen.
- Niets nodig
Om je middel, om je arm, of rollend over het plein. Eén hoepel en tien manieren.
- Hoepels
Overloopspel waarbij je niet getikt maar opgetild wordt. Wie zweeft, wordt zelf leeuw.
- Pionnen
Op het eerste signaal huppel je door de zaal, op het tweede bevries je meteen in een balanshouding.
- Niets nodig
Niemand is tikker en niemand is af — iedereen tikt en telt tegelijk hoevaak hij zelf tikte.
- Niets nodig
Loop op een grappige manier door de ruimte tot je 'ik zie, ik zie' hoort — en beeld dan samen uit wat je 'ziet'.
- Pionnen
Twee kinderen draaien een lang touw, de rest springt erin — en de kunst is het instappen.
- Touw
De hele groep loopt in één rij. Op het signaal sprint de achterste naar voren.
- Pionnen
De kangoeroetjes moeten hoppend oversteken — alleen de moederkangoeroe mag rennen.
- Niets nodig
Muizen wisselen op commando van hol — de kat probeert er onderweg één te tikken.
- Hoepels
Wie getikt wordt, pakt de hand van de tikker vast — en samen groeit de ketting door tot iedereen meedoet.
- Niets nodig
Bij precies drie klappen op rij ren je naar de overkant — bij een ander aantal blijf je staan.
- Niets nodig
Word je getikt, dan roept de tikker een kleur — daar ren je heen om de kleurnaam al springend te spellen.
- Pionnen
Je rent naar een pion in de genoemde kleur en zet er één voet op — tot de volgende kleur klinkt.
- Pionnen
Twee tikkers houden elkaars elleboog vast — wie ze tikken, groeit mee aan de kluwen.
- Niets nodig
Een kuiltje of een krijtcirkel, en om de beurt mikken. Het spel dat elk voorjaar vanzelf terugkomt.
- Stoepkrijt
'Kom mee' of 'ga weg': jij rent met de commandant mee of juist de andere kant op.
- Pionnen
Vluchtende konijnen mogen even schuilen in een hol — maar de vossen mogen er niet in.
- Hoepels
Een baan van krijt over het hele plein: springen, balanceren, draaien. De klas tekent hem zelf.
- Stoepkrijt
Eén loopt op zijn handen, de ander houdt zijn benen vast. Halverwege wisselen.
- Pionnen
Een derde van de groep heeft een 'koekje' vast — word je getikt, dan laat je het vallen en word je zelf jager.
- Pionnen
Op het commando spring je over de lijn, omhoog, of blijf je juist stilstaan — en de commando's wisselen steeds sneller.
- Stoepkrijt
Vorm samen met de hele klas, zonder elkaar aan te raken, de vorm die jij noemt — een driehoek, vierkant of ster.
- Niets nodig
Roep een lijnnummer en iedereen sprint erheen. Wie het laatst is, gaat eruit.
- Pionnen
De eerste loopt een rondje, pikt daarna de tweede op, dan de derde — tot de hele groep meeloopt.
- Pionnen
Gooi ballen naar de meteoor in de ruimte tussen jullie planeten en probeer hem over te rollen naar het gebied van de tegenstander.
- Een bal
Op commando's van een denkbeeldige afstandsbediening loop, ren of bevries je op weg naar de finish.
- Niets nodig
Tien opdrachten tegen een blinde muur, van tien keer gooien tot één keer met je ogen dicht.
- Een bal
Zwem vrij rond tussen de eilandjes — maar zodra je 'eiland!' hoort, moet iedereen op een eigen eilandje staan, en na elke ronde verdwijnt er één.
- Hoepels
Je onthoudt een rijtje plekken in de zaal, tikt ze in de juiste volgorde aan en bent terug voor het aftellen klaar is.
- Niets nodig
De bal gaat om de beurt over het hoofd en onder de benen door naar achteren — en dan sprint de laatste naar voren.
- Een bal
Beide teams roven de pionnen van de tegenstander en verdedigen tegelijk hun eigen kant.
- Pionnen
Elke tik plakt een hand als 'pleister' op de plek waar je geraakt bent.
- Niets nodig
Bedenk samen een woord bij het thema. Wordt het geraden, dan moet je rennen.
- Pionnen
Sta met je benen wijd in de kring en voorkom dat de bal door jouw poortje rolt.
- Een bal
Je onthoudt een reeks kleuren en rent in precies die volgorde van hoepel naar hoepel.
- Hoepels
Past een genoemd kenmerk bij jou, dan ren, loop of huppel je naar de overkant — de rest wacht rustig.
- Niets nodig
Op 'ren' voert iedereen dezelfde opdracht uit — op 'verzamel' vormt het team zo snel mogelijk de gevraagde rij.
- Pionnen
De tikker roept iets — 'hout!', 'rood!' — en wie het als eerste aanraakt, is veilig.
- Klein grut
Bij 'groen licht' loop je naar de overkant, bij 'rood licht' bevries je meteen — beweeg je toch nog, dan terug naar start.
- Niets nodig
Tweetallen drukken hun ruggen tegen elkaar, gaan samen zitten — en moeten er zonder handen weer uit komen.
- Niets nodig
Verstoppertje omgekeerd: één kind verstopt zich en wie hem vindt, kruipt erbij.
- Niets nodig
Je schaduw doet elke beweging exact na, vlak achter je aan — tot het stopsein en de rollen wisselen.
- Niets nodig
Eén tegen één: de faker probeert met schijnbewegingen langs de tikker naar de overkant te komen.
- Niets nodig
Iedereen gooit één schoen op een hoop, en dan mag je rennen. Het snelste kringspel dat er is.
- Niets nodig
De kop van de slang probeert het achterste kind te tikken — en de hele slang draait mee om dat te voorkomen.
- Stoepkrijt
Twee krijtlijnen als sloot. Iedereen springt erover, en daarna wordt de sloot een stukje breder.
- Stoepkrijt
Twee-aan-twee, rug aan rug met de armen ingehaakt, ren je heen en terug — zonder ooit los te laten.
- Pionnen
De bal gaat hoog de lucht in en iedereen rent — tot de genoemde naam 'stop' roept.
- Een bal
Op het pad kom je een tegenstander tegen — wie het steen-papier-schaar wint, loopt door, wie verliest gaat achteraan de eigen rij.
- Pionnen
Wie verliest, gaat achter de winnaar staan en juicht mee. Aan het eind zijn er nog twee treinen over.
- Niets nodig
In stilte zoek je met duimsignalen de geheime route door een rooster van vakjes.
- Stoepkrijt
Gooi de bal tegen de rand van de stoep. Raak je hem goed, dan stuitert hij terug en mag je een stap dichterbij.
- Een bal
Wordt jouw nummer geroepen bij het omhooggooien van de bal, dan roep jij 'Stop!' — en mag je in vier stappen een bevroren klasgenoot proberen te raken.
- Een bal
In een rij op een rustig tempo joggen — de achterste sprint steeds naar voren en bepaalt het nieuwe tempo.
- Pionnen
Bevroren met de benen wijd, tot iemand eronderdoor kruipt.
- Lintjes of hesjes
Twee draaiers laten het touw in een boog draaien terwijl jij ertussen springt — na jouw beurt word je zelf draaier.
- Touw
Getikt worden betekent bevriezen tot een toverstok — pas een kringetje eromheen breekt de betovering.
- Niets nodig
Het kringspel dat elke kleuter kent, en dat eindigt met de hele klas op de grond.
- Niets nodig
Tellen bij de muur, en dan is het even helemaal stil op het plein.
- Niets nodig
Terwijl de teller met dichte ogen aftelt, kies je stiekem een hoek — en bij het wijzen naar 'jouw' hoek lig je eruit.
- Niets nodig
Iedereen draagt een lintje in de broeksband — pak er één en de eigenaar moet op de knieën.
- Lintjes of hesjes
Tikkers gooien een bal laag richting de voeten — raak, dan is het een korte opdracht om terug te komen.
- Een bal
De hele kring doet dezelfde beweging. Eén kind in het midden moet raden wie hem begint.
- Niets nodig
Bij elke genoemde windrichting spring je in de lucht om die kant op te draaien — sta je al goed, dan spring je op de plaats.
- Niets nodig
Word je geraakt, dan ga je niet naar de kant, maar wissel je meteen naar het andere team.
- Een bal
Alleen de wolf met de bal in de hand mag tikken — en die mag dan geen stap meer zetten, alleen draaien.
- Een bal
Twee benen in één zak en dan zo snel mogelijk naar de pion en terug. Vallen hoort erbij.
- Pionnen
Zeven tikkers tippen in het voorbijgaan een duim aan — de rest moet raden wie.
- Lintjes of hesjes
De zombie moet met één voet in zijn hoepel blijven staan en tikt met een zachte stok — wie geraakt wordt, wordt zelf ook zombie.
- Hoepels
Twee teams leggen om de beurt een lintje bij een pylon. Wie als eerste vier op een rij heeft, wint.
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
Jouw team houdt de bal zo lang mogelijk uit handen van het andere team door hem alleen over te spelen.
- Een bal
- Lintjes of hesjes
Alle ballen krijgen een nummer — en je zoekt in het veld precies die ene bal terug die van jou is.
- Stoepkrijt
- Een bal
Om de beurt gooien twee teams een pittenzakje in een leeg vak van drie bij drie — wie het eerst een rij heeft, wint de ronde.
- Hoepels
- Pittenzakken
Haal de vlag uit het vak van de tegenstander en breng hem thuis, zonder getikt te worden.
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
Luisterspel: je voert een opdracht alleen uit als er 'commando' voor staat.
- Pionnen
- Hoepels
Tikkertje waarbij je gevangenen kunt bevrijden. Zolang er één vrij is, is het spel niet uit.
- Stoepkrijt
- Lintjes of hesjes
Luister- en reactiespel: alleen bij 'draai' draai je om, en bij een kleur ren je naar die lijn.
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
De klassieke estafette, met aandacht voor de wissel: het stokje in de hand van de volgende.
- Pionnen
- Klein grut
Boter-kaas-en-eieren, maar je mag pas een kruisje zetten na de oefening in dat vakje.
- Stoepkrijt
- Klein grut
Eén fluitsignaal is wandelen, twee is rennen — luister goed en houd je tempo tot het volgende signaal.
- Pionnen
- Klein grut
Twee tikkers laten hun team groeien: wie getikt wordt, mag zelf meetikken.
- Stoepkrijt
- Lintjes of hesjes
Eén loper tegelijk. Tik een wachter op de rug, roep 'go go', en die neemt het van je over.
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
De leider draait het touw als een helikopter boven zijn hoofd en noemt een kleur — draag jij die kleur, dan spring je over het laag ronddraaiende touw.
- Stoepkrijt
- Touw
Twee teams, twee doeltjes, en op jouw roep wisselt het spel tussen hockey, handbal en voetbal.
- Een bal
- Hoepels
Onderweg naar de overkant moet je eerst even een voet op het eiland zetten — waar het Chagrijn woont.
- Stoepkrijt
- Pionnen
Een baan van genummerde vakken, een steentje en één been. Het oudste pleinspel dat er is.
- Stoepkrijt
- Pittenzakken
Een hoepel is veilig, maar met maximaal drie kinderen en hooguit vijf tellen.
- Een bal
- Hoepels
De hele ploeg naar de overkant, maar je mag alleen in de hoepels staan.
- Pionnen
- Hoepels
Iedereen rent los om ballen uit ándere hoepels te stelen en in de eigen hoepel te verzamelen — wie het eerst vier ballen heeft, wint de ronde.
- Een bal
- Hoepels
Vier honden jagen op katten — wie getikt wordt, gaat naar het hondenhok van precies die hond.
- Pionnen
- Hoepels
Roep een land af en iedereen rent weg — behalve dat land, dat 'stop' roept en gaat tikken.
- Stoepkrijt
- Hoepels
Spring van cijfer naar cijfer en maak zo je eigen som — bewegen en rekenen in één.
- Stoepkrijt
- Hoepels
Om de beurt rol of gooi je onderhands een bal naar de pionnen om ze omver te krijgen.
- Een bal
- Pionnen
Je mag alleen bewegen terwijl de leider een rijmpje opzegt en je rug toont — bij 'stop' bevriest iedereen.
- Pittenzakken
- Klein grut
Twee groepen springen als kikkers van waterlelie naar waterlelie, heen naar de finish en terug.
- Stoepkrijt
- Pionnen
Kikkers hoppen van hun lelie naar insecten en terug — maar de vangst duurt hooguit vijf tellen op de lelie.
- Hoepels
- Pittenzakken
Voetbal waarbij je je alleen op handen en voeten mag voortbewegen.
- Een bal
- Pionnen
Word je getikt, dan schuif je een zone naar binnen — win je steen-papier-schaar in het midden, dan mag je weer naar buiten.
- Stoepkrijt
- Pionnen
Twee duo's spelen tegelijk diagonaal tegen elkaar met twee ballen — botsen de ballen tegen elkaar, dan moeten alle vier eruit.
- Stoepkrijt
- Een bal
Een cirkel in tweeën, en om de beurt gooi je een pittenzak in het land van de ander om er een stuk af te snoepen.
- Stoepkrijt
- Pittenzakken
Ren van de ene kant van de zaal naar de andere, langs zes verdedigde kastelen — word je onder de schouders geraakt, dan sluit je je aan bij dat kasteel.
- Een bal
- Hoepels
De kring speelt de bal met de voet rond; de lummel in het midden probeert 'm te onderscheppen.
- Stoepkrijt
- Een bal
Twee groepen proberen om de beurt de middenspeler te raken — samen mikken, samen ontwijken.
- Stoepkrijt
- Een bal
De jager probeert je met een zachte bal te raken — gevangen? Dan bevrijd je jezelf in een schuilplek met een korte fitnessoefening.
- Een bal
- Hoepels
Eén speler verstopt een munt in zijn vuist en probeert er ongezien mee naar de overkant te komen.
- Lintjes of hesjes
- Klein grut
Twee kinderen, één muur en één bal. Wie de bal laat vallen, krijgt een letter.
- Stoepkrijt
- Een bal
Vijf keer overspelen, en bij elke gelukte reeks komt er een tijger bij.
- Een bal
- Lintjes of hesjes
Eén tikker in het midden en dertig kinderen die tegelijk naar de overkant moeten. Elke ronde wordt het moeilijker.
- Stoepkrijt
- Pionnen
Haal zakjes uit het midden. Is het leeg, dan mag je ze bij andere teams weghalen.
- Hoepels
- Pittenzakken
Vier bezorgers dragen samen een hoepel met daarin de 'pizza' — steeds wisselt wie in het midden staat.
- Hoepels
- Pittenzakken
Beide teams rennen achter elkaar rondjes — lukt het jouw team de andere ploeg in te halen en te tikken, dan scoor je een punt.
- Pionnen
- Pittenzakken
Hoor je 'raven', dan jagen de raven. Hoor je 'ratten', dan draait het om.
- Stoepkrijt
- Pionnen
Vanaf steeds de volgende plek rond de korf schiet je door, tot je een keer mist.
- Een bal
- Pionnen
Met z'n tweeën langs één verdediger. De bal mag alleen schuin naar achteren.
- Een bal
- Pionnen
Vier kinderen vormen een rups. De gooiers mikken alleen op de achterste.
- Een bal
- Pionnen
De schipper bepaalt hóé je oversteekt. En als hij zegt dat het niet mag, moet je er toch langs.
- Stoepkrijt
- Pionnen
Wie het laatst over zijn lijn kwam heeft de schoonste voeten en mag tikken.
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
Gooi je sneeuwbal en probeer de sneeuwpop bij station 1 omver te gooien — lukt het, dan bouw je hem meteen weer op bij het volgende station.
- Een bal
- Pionnen
Twee blikken en twee touwen, en ineens ben je twintig centimeter langer.
- Pionnen
- Touw
Twee tikkers vormen een stroomdraad dwars over het veld — wie oversteekt zonder getikt te worden, is veilig.
- Pionnen
- Klein grut
Sluip het terrein van de tegenstander binnen zonder getikt te worden — en probeer gevangen teamgenoten te bevrijden door ze veilig terug te loodsen.
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
Bouw een toren van drie blokjes en schiet die van een ander om.
- Een bal
- Klein grut
Twee teams gooien elkaar af. Afgegooid? Achter het vak van de ander en terugvechten.
- Een bal
- Pionnen
Vanuit het midden probeer je heen en weer te rennen tussen twee honken, terwijl de gooiers je proberen te tikken.
- Een bal
- Pionnen
Estafette in tweetallen, met één voet aan die van je maatje gebonden.
- Pionnen
- Touw
Vier krijtvakken, één bal, en iedereen wil naar vak vier. Het spel dat nooit stopt.
- Stoepkrijt
- Een bal
Voor je de bal terugslaat, mag je een ander vak roepen om meteen mee te wisselen — spelen doe je daarna vanuit je nieuwe vak.
- Stoepkrijt
- Een bal
Vier stations van één minuut — joggen op de plek, jumping jacks, rondjes joggen en wandelen — en dan doorschuiven.
- Pionnen
- Klein grut
Twee lopers, één vlag. Wie hem pakt, moet terug voordat de ander hem tikt.
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
Drie kinderen op het doek springen terwijl een vierde aan het touw trekt.
- Pionnen
- Touw
Schiet door het doeltje. Raak? Je pylon schuift een meter naar achteren.
- Een bal
- Pionnen
Dribbel je bal en ontwijk de tikkers — word je getikt, dan sta je met je benen wijd tot een klasgenoot de bal tussen je benen door speelt.
- Een bal
- Lintjes of hesjes
Verzamel steeds één pittenzakje tegelijk uit andermans huis of het middenhuis, tot jouw eigen huis vol is.
- Hoepels
- Pittenzakken
Eén doel, één keeper, en iedereen tegen iedereen. Wie scoort gaat door, de laatste is af.
- Een bal
- Pionnen
Drie rollen wisselen om de beurt: verdediger, vanger en gooier — lukt het de vanger te scoren zonder getikt te worden?
- Een bal
- Pionnen
Roept de middenspeler 'Wissel!', dan moet iedereen naar een andere hoek dan waar hij stond — behalve naar het midden.
- Pionnen
- Hoepels
Een kring, een zakdoek achter je rug, en dan rennen. Het eerste kringspel dat elke kleuter kent.
- Lintjes of hesjes
- Pittenzakken
Eén kind haalt pittenzakjes over terwijl de bal de kring rond gaat. Hoeveel haal je in die tijd?
- Een bal
- Hoepels
- Pittenzakken
Met de pittenzakjes tussen je voeten probeer je springend de hoepel te vullen — terwijl de rest je probeert te raken.
- Een bal
- Hoepels
- Pittenzakken
Verstoppertje met een blik in het midden. Wie hem omtrapt, verlost iedereen die al gevonden was.
- Stoepkrijt
- Pionnen
- Pittenzakken
Twee teams verdedigen hun dino-ei van hoepels tegen een bal van de tegenpartij.
- Een bal
- Pionnen
- Hoepels
Jouw rechterbeen aan zijn linkerbeen. Nu nog leren lopen.
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
- Touw
Een pittenzak op een lepel, en dan zo snel mogelijk zonder hem te laten vallen.
- Een bal
- Pionnen
- Pittenzakken
Getikt? Pak een pittenzakje uit het midden en gooi het onderhands raak in een emmer om weer vrij te zijn.
- Pionnen
- Hoepels
- Pittenzakken
Estafette waarbij je onderweg bij elke hoepel een opdracht uitvoert.
- Pionnen
- Hoepels
- Klein grut
Vang de frisbee in de eindzone van de tegenstander en scoor — maar lopen met de schijf mag niet.
- Stoepkrijt
- Lintjes of hesjes
- Klein grut
Voetbal zonder doelen: je scoort door een teamgenoot in een hoepel aan te spelen.
- Een bal
- Lintjes of hesjes
- Hoepels
Rol de bal over binnen de kring zonder dat de ijsbeer in het midden hem onderschept.
- Een bal
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
Elke muis heeft een staartje in de broek. De kat pakt ze af.
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
- Hoepels
Dribbel naar de overkant zonder dat de afpakker je bal te pakken krijgt.
- Een bal
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
Zelfde spel als overloop dribbelspel, maar nu stuiterend in plaats van dribbelend.
- Een bal
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
Kom langs de trol naar de overkant. Gelukt? Blokje om. Getikt? Pylon om.
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
- Klein grut
Eén tegen één in een klein vak. Wie de bal tussen de benen van de ander door speelt, wint meteen.
- Stoepkrijt
- Een bal
- Pionnen
De helft van je team staat aan de overkant — het estafettevoorwerp gaat continu heen en weer tussen de twee helften.
- Pionnen
- Pittenzakken
- Klein grut
Pak de diamant van de pylon; op dat moment gaat het alarm af en komt de politie.
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
- Klein grut
Gooi de pylonen van de tegenpartij om zonder over de middenlijn te komen.
- Een bal
- Pionnen
- Klein grut
Als 'auto' ren je een hele ronde lang rond de baan — de gooiers binnenin proberen je onder de taille te raken, de ballenjagers buiten houden hen aan ballen.
- Stoepkrijt
- Een bal
- Pionnen
Gooi vijf hoepels om de pylonen heen. Verder weg levert meer punten op.
- Pionnen
- Hoepels
- Klein grut
Slagbal zonder knuppel: je gooit de bal zelf in en rent de gekleurde hoepels langs.
- Een bal
- Pionnen
- Hoepels
Wordt jouw nummer geroepen, dan ren je een volledige ronde langs de honken terug naar je eigen huis om als eerste een snoepje uit de stapel te grijpen.
- Een bal
- Pionnen
- Hoepels
Elk team heeft een spion diep in vijandelijk gebied — onaantastbaar, en gevaarlijk voor de tegenstander.
- Stoepkrijt
- Een bal
- Hoepels
Schuif een pittenzakje over de vloer naar de voet van de tegenstander en die gaat naar de gevangenis.
- Stoepkrijt
- Pionnen
- Pittenzakken
Pas als je tien keer op rij hebt overgespeeld, mag je proberen te scoren.
- Stoepkrijt
- Een bal
- Lintjes of hesjes
Twee teams, één touw, één streep. Het enige spel waarin de hele klas tegelijk meedoet.
- Stoepkrijt
- Lintjes of hesjes
- Touw
In een chaotische vrij-voor-allen-ronde probeert elk team als eerste te scoren om door te gaan naar de volgende ronde.
- Een bal
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
Vanaf je vaste plek op de cirkel probeer je de spelers met een vlaggetje in het midden onder de taille te raken.
- Stoepkrijt
- Een bal
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
Vanaf de startlijn gooien twee teams balletjes richting hun eigen rij bekers.
- Stoepkrijt
- Een bal
- Pionnen
- Klein grut
Konijntjes springen van hoepel naar hoepel richting de finish — tot de buizerd komt aanvliegen.
- Stoepkrijt
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
- Hoepels
Verdedig je eigen kegel in je hoepelrijk en gooi de kegels van andere koninkrijken om — win je een rijk, dan voegt het zich bij dat van jou.
- Een bal
- Pionnen
- Hoepels
- Klein grut
Mario en Luigi jagen op de muntjes en sturen ze naar hun eigen vak — wie heeft er straks de meeste?
- Stoepkrijt
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
- Klein grut
Estafette waarbij elk kind om de beurt één 'hapje' naar de andere voerbak brengt.
- Een bal
- Pionnen
- Hoepels
- Pittenzakken
Vier tweetallen verdedigen hun eigen hoepel met vier voorwerpen — en roven bij elkaar.
- Een bal
- Lintjes of hesjes
- Hoepels
- Pittenzakken
- Klein grut
Ren met je biefstukje door twee leeuwenkooien heen zonder getikt te worden.
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
- Hoepels
- Pittenzakken
- Klein grut
Spelers verzamelen punten in een doolhof van looppaden, terwijl twee spoken jagen.
- Stoepkrijt
- Een bal
- Lintjes of hesjes
- Pionnen
- Hoepels