De vloer is lava
Wie de grond raakt, is erbij. En het kan elk moment geroepen worden.
Bron: Jantje Beton
Een kring, een zakdoek achter je rug, en dan rennen. Het eerste kringspel dat elke kleuter kent.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Schoolplein · 24 × 16 m · 15 onderdelen
Wat heb je nodig
Met hoeveel?
8 tot 30 kinderen
Hoe lang?
10 min
Wat heb je nodig?
Een kring, een zakdoek achter je rug, en dan rennen. Het eerste kringspel dat elke kleuter kent.
Denk hieraan: Twee kinderen die in tegengestelde richting om dezelfde kring rennen botsen. Spreek één looprichting af en houd de kring ruim: minstens een armlengte tussen de zittende kinderen.
De klas zit in een kring met de rug naar binnen. Eén kind loopt met een zakdoek buiten de kring rond terwijl iedereen zingt, en laat de zakdoek stiekem achter iemand vallen. Merkt dat kind het op tijd, dan pakt hij de zakdoek en zet de achtervolging in; haalt hij de loper in vóór diens lege plek, dan mag die het nog een keer. Merkt hij het niet, dan zit hij in de pot en gaat het spel verder. Het spannendste van het spel is het niet-durven-omkijken.
Met dertig kinderen wordt de kring zo groot dat één ronde een sprint van dertig meter is. Maak dan twee kringen naast elkaar. De pot in het midden is bewust klein en kort: laat kinderen er na één ronde weer uit, anders zitten ze het hele spel te wachten.
Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.
De loper legt de zakdoek niet stiekem neer maar tikt zichtbaar op een schouder. Het rennen blijft, de spanning van het niet-weten valt weg — en dat is voor groep 1 precies goed.
Twee lopers tegelijk, elk met een eigen zakdoek en elk in een andere richting. Iedereen moet nu twee kanten in de gaten houden.
Wie de zakdoek krijgt hoeft niet te rennen maar geeft hem door tot de zingende klas stopt. Bij wie hij dan ligt, mag de volgende ronde lopen. Geen wedstrijd, wel spanning.
Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 2 · groep 3-5.
Tikspelen
Een loper bedreigen door deze te willen tikken, terwijl de loper probeert het tikken te voorkomen
Afgooispelen
Bedreigen van een loper door deze af te willen gooien, terwijl de loper probeert het afgooien te voorkomen
Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.
Twee kinderen die in tegengestelde richting om dezelfde kring rennen botsen. Spreek één looprichting af en houd de kring ruim: minstens een armlengte tussen de zittende kinderen.
Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen
Niet ingelogd?
Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.
Reviews laden…
Wie de grond raakt, is erbij. En het kan elk moment geroepen worden.
Bron: Jantje Beton
Een baan van krijt over het hele plein: springen, balanceren, draaien. De klas tekent hem zelf.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Van een helling af rollen, of over het gras. Wie komt er als eerste beneden?
Bron: Familie Fit — buitenspelen