Direct naar de inhoud
Buitenspel

Slootje springen

Twee krijtlijnen als sloot. Iedereen springt erover, en daarna wordt de sloot een stukje breder.

Groepen
groep 1 t/m 6
Duur
10 min
Kinderen
4–30
Ruimte
Buiten

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

Zo zet je het plein neer

Schoolplein · 24 × 16 m · 8 onderdelen

De sloot
Voor de spelers

Zo speel je het

Met hoeveel?

4 tot 30 kinderen

Hoe lang?

10 min

Wat heb je nodig?

  • Stoepkrijt voor de twee lijnen

Twee krijtlijnen als sloot. Iedereen springt erover, en daarna wordt de sloot een stukje breder.

Doe dit:

  1. Teken twee evenwijdige lijnen van een meter of vijf lang, met een halve meter ertussen. Dat is de sloot.
  2. De klas staat in een rij aan één kant, met een paar meter aanloop.
  3. Om de beurt springt iedereen over de sloot. Voeten in het water = eruit voor deze ronde.
  4. Is iedereen geweest, dan teken je de tweede lijn een voetlengte verderop en gaat de hele groep opnieuw.
  5. Ga door tot er één kind overblijft, of tot de sloot zo breed is dat niemand er meer over komt.
  6. Wie eruit ligt wordt bruggenwachter: die kijkt of de voeten echt droog bleven en telt hardop af.

Denk hieraan: Zorg voor vlakke tegels achter de landing en houd de aanloop vrij van andere kinderen. Springen op nat plein doe je niet: de afzet slipt weg.

Voor de juf of meester

Alle regels op een rij

Twee lijnen op de grond vormen een sloot. Iedereen springt erover. Wie droog aan de overkant komt, blijft in het spel; wie in het water stapt gaat eruit — of wordt bruggenwachter. Na elke ronde schuift de tweede lijn een voetlengte op, dus de sloot wordt steeds breder. Het spel eindigt vanzelf als er nog één kind over is. Het mooie is dat de kleinste sprong en de grootste in hetzelfde spel passen: iedereen doet mee tot zijn eigen grens.

Voorbereiding

Zo zet je het klaar

Klaarzetten

0/1

Organisatietip

Laat de kinderen niet in één rij achter elkaar wachten maar in een boog om de sloot heen staan, dan zien ze elkaar springen. Wie eruit ligt krijgt meteen een taak als bruggenwachter — anders lopen ze weg.

Bijstellen

Makkelijker of moeilijker maken

Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.

Voor groep 1-2: de sloot blijft smal

Houd de sloot op dertig centimeter en laat iedereen er drie keer overheen springen, heen en terug. Niemand valt af — het gaat om de sprong, niet om de wedstrijd.

Moeilijker: springen uit stand

Geen aanloop: je begint met beide voeten op de lijn. Dat is een heel andere sprong, en de sloot wordt ineens veel breder dan hij lijkt.

Samen: de brede rivier

Twee kinderen springen tegelijk hand in hand. Ze moeten allebei droog aan de overkant landen, dus de sterkste springer moet wachten op de ander.

Leerlijn

Waar deze les in de lijn past

Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 3 · groep 6-8.

Tikspelen

Hele lijn

Tikspelen

Een loper bedreigen door deze te willen tikken, terwijl de loper probeert het tikken te voorkomen

  • combinatie van wegloop-en overloopspelen
  • overloopspelen met duolopers
  • kriskrasspelen met functiewisselingen

Afgooispelen

Bedreigen van een loper door deze af te willen gooien, terwijl de loper probeert het afgooien te voorkomen

  • afgooien en voorkomen afgegooid te worden bij trefbal met meer scoringsmogelijkheden
  • afgooien en voorkomen afgegooid te worden bij jagerbal met bevrijden en schuilen

Springen

Hele lijn

Vrij springen

Afzetten om lang in de lucht te zweven

  • vrije sprongen met trucs

Steunspringen

Afzetten om lang te zweven voor en/of na de handenplaatsing op een steunvlak

  • wendsprong maken met minitramp
  • rollen op verhoogd vlak met minitramp en verhoogde aanloop
  • hurksprongmaken metafzet vanaf springplank
  • spreidsprong maken met springplank
  • radslag maken met aanloop

Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.

Waar werk je aan

  • Springkracht
  • Afzetten en landen
  • Je eigen grens inschatten

Waar je op let

Zorg voor vlakke tegels achter de landing en houd de aanloop vrij van andere kinderen. Springen op nat plein doe je niet: de afzet slipt weg.

Reviews van leerkrachten

Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen

Niet ingelogd?

Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.

Log in met een schoolmailadres

Reviews laden…

Past dit net niet?

Lessen die hierop lijken

Buitenspel

De vloer is lava

Wie de grond raakt, is erbij. En het kan elk moment geroepen worden.

Bron: Jantje Beton

groep 1 t/m 6 15 min Buiten
Buitenspel

Verstoppertje

Tellen bij de muur, en dan is het even helemaal stil op het plein.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

Zonder materiaal
groep 1 t/m 6 15 min Buiten
Buitenspel

Zaklopen

Twee benen in één zak en dan zo snel mogelijk naar de pion en terug. Vallen hoort erbij.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

groep 1 t/m 8 10 min Buiten