Direct naar de inhoud
Buitenspel

Muurbal: tienen

Tien opdrachten tegen een blinde muur, van tien keer gooien tot één keer met je ogen dicht.

Groepen
groep 3 t/m 8
Duur
15 min
Leerlingen
1–12
Ruimte
Buiten

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

Zo zet je het plein neer

Schoolplein · 24 × 16 m · 12 onderdelen

vak 1vak 2vak 3Werplijn — 2 m10 · 9 · 8 · 7 · 6 · 5 · 4 · 3 · 2 · 1De muur

Wat heb je nodig

Het spel

Hoe werkt het?

Tegen een blinde muur werk je een reeks van tien af: tien keer gooien en vangen, negen keer met een klap ertussen, acht keer met een draai, en zo verder tot je bij één bent. Elke opdracht doe je zo vaak als het getal aangeeft. Maak je een fout, dan is de volgende aan de beurt en begin je de volgende keer opnieuw bij het getal waar het misging. Wie als eerste bij één is, heeft gewonnen — maar de meeste kinderen spelen gewoon door tot de bel.

Voorbereiding

Zo zet je het klaar

  1. 1Zoek een blinde muur zonder ramen, en teken met krijt een streep op twee meter afstand.
  2. 2Schrijf de tien opdrachten met krijt op de tegels, dan hoeft niemand ze te onthouden.
  3. 3Tien: tien keer gooien en vangen. Negen: negen keer met één klap voor het vangen. Acht: acht keer met een draai om je as.
  4. 4Zeven: onder je been door. Zes: met één hand. Vijf: één keer stuiten voor het vangen. Vier: met je rug naar de muur, over je schouder.
  5. 5Drie: gooien en op één been vangen. Twee: gooien, klappen, draaien, vangen. Eén: gooien met je ogen dicht en vangen.
  6. 6Bij een fout is de volgende aan de beurt. De volgende keer begin je bij het getal waar het misging.

Klaarzetten

0/2

Organisatietip

Verdeel een lange muur met krijt in vakken van twee meter breed: dan spelen er zes kinderen tegelijk zonder dat de ballen elkaar kruisen. Eén bal per kind is beter dan om de beurt met één bal — het wachten is hier de spelbreker.

Bijstellen

Makkelijker of moeilijker maken

Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.

Makkelijker: begin bij vijf

Voor groep 3 een reeks van vijf, met een grotere zachte bal en de streep op één meter. De opdrachten laat je hetzelfde: het gaat om het ritme, niet om het aantal.

Moeilijker: geen fout mag

Bij een fout begin je helemaal opnieuw bij tien. Dat maakt de laatste drie opdrachten ineens loodzwaar — en dat is precies de bedoeling.

Samen: om en om

Twee kinderen doen samen één reeks: om de beurt één worp. Ze moeten dus allebei foutloos zijn, en ze gaan elkaar vanzelf coachen.

Leerlijn

Waar deze les in de lijn past

Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 3 · groep 6-8.

Doelspelen

Hele lijn

Keeperspelen

Met een bal een tegenstander (keeper) passeren om een doel te raken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen en het doel te verdedigen

  • gooien met de bal of voetballen op het doel enverdedigen van het doel bij complexere vormen van chaosdoelenspel
  • gooien met de bal over een lijn om de bal op de grond te krijgen bij de andere partij met wisselende partijsamenstellingen

Lummelspelen

Met een bal een tegenstander (lummel) passeren om een medespeler te bereiken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen om zelf in balbezit te komen

  • gooien van de bal naar een medespeler enonderscheppen van de bal bij lummelspelen met complexere afspeelmogelijkheden

Mikken

Wegspelen van een speelvoorwerp om dit zo precies mogelijk in of tegen een mikdoel te krijgen

  • mikken op een hoger geplaatst doel
  • mikken op doel in wedstrijdverband
  • met passende vaart gericht gooien met een kleine bal
  • slaan met stick in een mikdoel

Wegspelen

Wegspelen van een speelvoorwerp om dit zo hard en/of ver mogelijk weg te krijgen

  • afstand werpen
  • slaan van aangegooide bal

Jongleren

Hele lijn

Werpen en vangen

Wegspelen van een speelvoorwerp zodat dit gevangen kan worden

  • kaatsenballen via de muur in tweetallen met twee ballen
  • naar elkaar overgooien van een kleine bal en vangen met hulpmiddel
  • in beweging werpen en vangen van een bal (sparrend overspelen)

Soleren

Een speelvoorwerp tikkend in beweging houden

  • stuiteren van een bal met trucjes
  • voetballend dribbelen
  • dribbelen met een bal op snelheid in spel-of wedstrijdvorm
  • met een slagvoorwerp een snelle bal tegen de muur spelen

Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.

Waar werk je aan

  • Gooien en vangen
  • Oog-handcoördinatie
  • Volhouden
  • Een reeks onthouden

Waar je op let

Nooit tegen een muur met ramen, en niet tegen de muur van een lokaal waar les is. Kijk of er geen deur in de muur zit die open kan gaan.

Reviews van leerkrachten

Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen

Niet ingelogd?

Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.

Log in met een schoolmailadres

Reviews laden…

Past dit net niet?

Lessen die hierop lijken

Buitenspel

Stoeprand

Gooi de bal tegen de rand van de stoep. Raak je hem goed, dan stuitert hij terug en mag je een stap dichterbij.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

groep 4 t/m 8 15 min Buiten
Buitenspel

Blikspuit

Verstoppertje met een blik in het midden. Wie hem omtrapt, verlost iedereen die al gevonden was.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

groep 3 t/m 8 20 min Buiten
Doelspel

Boter, kaas en eieren gooien

Om de beurt gooien twee teams een pittenzakje in een leeg vak van drie bij drie — wie het eerst een rij heeft, wint de ronde.

Bron: Playworks Game Guide

groep 3 t/m 8 12 min Gymzaal, Buiten