Aapje in het midden
Overspelen in een kring, met één kind in het midden dat de bal wil onderscheppen.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Gooi de bal tegen de rand van de stoep. Raak je hem goed, dan stuitert hij terug en mag je een stap dichterbij.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Schoolplein · 24 × 16 m · 8 onderdelen
Wat heb je nodig
Met hoeveel?
2 tot 12 kinderen
Hoe lang?
15 min
Wat heb je nodig?
Gooi de bal tegen de rand van de stoep. Raak je hem goed, dan stuitert hij terug en mag je een stap dichterbij.
Denk hieraan: Speel nooit tegen een stoeprand langs de rijbaan of langs een fietspad — de bal rolt de weg op en het kind erachteraan. Kies een rand op het plein zelf, met minstens vijf meter vrije ruimte erachter.
Twee kinderen staan aan weerszijden van een stoeprand of een lage muur. Om de beurt gooi je de bal tegen de rand. Ketst hij terug en vang je hem, dan scoor je een punt en gooi je vanaf een halve meter dichterbij. Mis je, dan gaat de bal naar de ander. Wie het eerst tien punten heeft — of vanaf de rand zelf raak gooit — wint. Het klinkt simpel, en dan sta je er een half uur later nog.
Twee kinderen per rand. Heb je één lange rand, deel hem dan met krijt in vakken van drie meter, dan spelen er zes paren tegelijk zonder dat de ballen door elkaar rollen.
Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.
De bal mag één keer op de grond stuiteren voordat je hem vangt. Voor groep 3-4 maakt dat het verschil tussen frustratie en plezier.
Gooien en vangen met dezelfde hand, of vangen met de andere hand dan waarmee je gooide. Dat maakt het ineens een heel ander spel.
Vier kinderen in een rij. Wie raak gooit blijft staan, wie mist sluit achteraan. Zo speelt iedereen mee en staat er niemand lang stil.
Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 3 · groep 6-8.
Keeperspelen
Met een bal een tegenstander (keeper) passeren om een doel te raken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen en het doel te verdedigen
Lummelspelen
Met een bal een tegenstander (lummel) passeren om een medespeler te bereiken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen om zelf in balbezit te komen
Mikken
Wegspelen van een speelvoorwerp om dit zo precies mogelijk in of tegen een mikdoel te krijgen
Wegspelen
Wegspelen van een speelvoorwerp om dit zo hard en/of ver mogelijk weg te krijgen
Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.
Speel nooit tegen een stoeprand langs de rijbaan of langs een fietspad — de bal rolt de weg op en het kind erachteraan. Kies een rand op het plein zelf, met minstens vijf meter vrije ruimte erachter.
Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen
Niet ingelogd?
Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.
Reviews laden…
Overspelen in een kring, met één kind in het midden dat de bal wil onderscheppen.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Zeven plekken om het doel, en je schuift pas op als je scoort. Iedereen op zijn eigen plek.
Bron: Inspiratieboek Buitenspelen — ALO Amsterdam en Jantje Beton
Een piramide van blikken en drie ballen. De kermis op het schoolplein.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel