Beertje Beertje
Springen in het grote touw terwijl de klas het rijmpje zingt — en dan de pannenkoeken tellen.
Bron: Inspiratieboek Buitenspelen — ALO Amsterdam en Jantje Beton
Eén kind met een blinddoek in het midden van de kring. De rest moet stil zijn — en dat lukt niet.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Schoolplein · 24 × 16 m · 12 onderdelen
Met hoeveel?
8 tot 26 kinderen
Hoe lang?
10 min
Wat heb je nodig?
Eén kind met een blinddoek in het midden van de kring. De rest moet stil zijn — en dat lukt niet.
Denk hieraan: Een geblinddoekt kind loopt tegen dingen aan. Zorg dat de kring minstens twee meter straal heeft, dat er niemand buiten de kring rondloopt, en dat de kring hem tegenhoudt als hij te ver naar buiten komt. Nooit blinddoeken bij een kind dat dat eng vindt — laat het dan zijn ogen dichthouden.
Eén kind krijgt een blinddoek om en gaat midden in de kring staan. De kring loopt zachtjes rond tot de blinddoek "stop" roept en ergens naar wijst. Het kind waar hij naar wijst maakt één geluid — een dierengeluid, of gewoon "hallo" met een gekke stem — en de blinddoek raadt wie het is. Goed geraden, dan wisselen ze. De grap is dat iedereen zijn stem verdraait en dat je toch bijna altijd weet wie het is.
Met meer dan twintig kinderen wordt de kring zo groot dat je de stem niet meer thuisbrengt. Maak dan twee kringen. Spreek vooraf af hoeveel pogingen iemand krijgt — anders staat één kind vijf minuten in het midden.
Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.
Iedereen krijgt vooraf een dier toegewezen. Raden hoeft niet om de naam te gaan, maar om het dier — dat is voor kleuters concreter en net zo spannend.
Geen stem maar één klap in de handen. Herkennen wordt dan echt luisteren naar richting en ritme in plaats van naar wie het is.
De kring hoeft niet in een kring te blijven maar mag over het plein bewegen. De blinddoek staat stil en moet de richting van het geluid aanwijzen.
Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 2 · groep 3-5.
Duwen of trekken aan een tegenstander om deze uit balans te brengen terwijl deze probeert deze balansverstoring te voorkomen
Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.
Een geblinddoekt kind loopt tegen dingen aan. Zorg dat de kring minstens twee meter straal heeft, dat er niemand buiten de kring rondloopt, en dat de kring hem tegenhoudt als hij te ver naar buiten komt. Nooit blinddoeken bij een kind dat dat eng vindt — laat het dan zijn ogen dichthouden.
Deze beweegactiviteit versterkt onderling vertrouwen, communicatie en samenwerking. Bekijk de didactische leerkrachttips, klassengesprekken en Tuckman-fasen op GoudenWeken.app.
Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen
Niet ingelogd?
Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.
Reviews laden…
Springen in het grote touw terwijl de klas het rijmpje zingt — en dan de pannenkoeken tellen.
Bron: Inspiratieboek Buitenspelen — ALO Amsterdam en Jantje Beton
Iedereen is een botsauto. 'Boem' is stoppen, 'au' is meteen stil — en dat spreek je vooraf af.
Bron: Potje buitenspelen — Kenniscentrum Sport & Bewegen en VeiligheidNL
Zonder materiaalEén krijtlijn is de brug. Twee kinderen lopen van weerskanten en één van jullie moet eraf.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel