Direct naar de inhoud
BuitenspelVoetbal-familie

Panna

Eén tegen één in een klein vak. Wie de bal tussen de benen van de ander door speelt, wint meteen.

Groepen
groep 5 t/m 8
Duur
15 min
Kinderen
2–16
Ruimte
Buiten

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

Zo zet je het plein neer

Schoolplein · 24 × 16 m · 11 onderdelen

Het vak

Wat heb je nodig

Voor de spelers

Zo speel je het

Met hoeveel?

2 tot 16 kinderen

Hoe lang?

15 min

Wat heb je nodig?

  • 1 voetbal
  • 4 pionnen: twee kleine doeltjes
  • Stoepkrijt voor het vak

Eén tegen één in een klein vak. Wie de bal tussen de benen van de ander door speelt, wint meteen.

Doe dit:

  1. Teken een vak van vier bij vier meter en zet aan twee kanten een doeltje van één meter met pionnen.
  2. Twee spelers in het vak, de rest kijkt langs de lijn — dat hoort erbij, het publiek is de helft van het spel.
  3. Speel twee minuten of tot drie doelpunten. Wie scoort, blijft staan.
  4. Speel je de bal tussen de benen van de ander door én raak je hem daarna zelf weer aan, dan is dat een panna en heb je meteen gewonnen.
  5. De verliezer sluit achteraan de rij aan, de volgende komt erin.
  6. Houd de rondes kort: twee minuten is genoeg om er drie potjes per pauze doorheen te krijgen.

Denk hieraan: In een klein vak staan twee kinderen dicht op elkaar. Spreek af: niet sleten, niet duwen, en de bal laag houden. Zet het vak niet vlak langs een muur — je stapt achteruit zonder te kijken.

Voor de juf of meester

Alle regels op een rij

Twee kinderen in een vak van vier bij vier meter. Je probeert te scoren in het doeltje van de ander, maar er is een snellere manier om te winnen: speel de bal tussen de benen van je tegenstander door en vang hem aan de andere kant op — dat is een panna, en dan is het potje meteen afgelopen. Het is het spel dat je op elk straathoekje kunt spelen en dat leert wat een schijnbeweging is.

Voorbereiding

Zo zet je het klaar

Klaarzetten

0/3

Organisatietip

De rij is hier het probleem: met twaalf kinderen speel je één op de zes minuten. Twee of drie vakken naast elkaar en korte potjes. Laat de wachtenden de tijd bijhouden, dan hebben ze een taak.

Bijstellen

Makkelijker of moeilijker maken

Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.

Makkelijker: geen panna

Speel alleen op doelpunten. Voor wie de bal nog niet goed onder controle heeft, is een panna vooral iets wat je overkomt, en dat is geen leuke manier om te verliezen.

Twee tegen twee

In een groter vak, met dezelfde regels. Overspelen wordt dan belangrijker dan dribbelen, en er staan minder kinderen langs de kant.

Toernooi: iedereen tegen iedereen

Twee vakken naast elkaar en een schema. Winnaars schuiven door naar het linkervak, verliezers naar het rechter. Na een kwartier heeft iedereen zes potjes gespeeld.

Leerlijn

Waar deze les in de lijn past

Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 3 · groep 6-8.

Doelspelen

Hele lijn

Keeperspelen

Met een bal een tegenstander (keeper) passeren om een doel te raken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen en het doel te verdedigen

  • gooien met de bal of voetballen op het doel en verdedigen van het doel bij complexere vormen van chaosdoelenspel
  • gooien met de bal over een lijn om de bal op de grond te krijgen bij de andere partij met wisselende partijsamenstellingen

Lummelspelen

Met een bal een tegenstander (lummel) passeren om een medespeler te bereiken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen om zelf in balbezit te komen

  • gooien van de bal naar een medespeler en onderscheppen van de bal bij lummelspelen met complexere afspeelmogelijkheden

Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.

Waar werk je aan

  • Balbeheersing
  • Schijnbewegingen
  • Reactiesnelheid
  • Om de beurt spelen

Waar je op let

In een klein vak staan twee kinderen dicht op elkaar. Spreek af: niet sleten, niet duwen, en de bal laag houden. Zet het vak niet vlak langs een muur — je stapt achteruit zonder te kijken.

Reviews van leerkrachten

Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen

Niet ingelogd?

Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.

Log in met een schoolmailadres

Reviews laden…

Past dit net niet?
Buitenspel

Aapje in het midden

Overspelen in een kring, met één kind in het midden dat de bal wil onderscheppen.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

groep 3 t/m 8 10 min Buiten
Buitenspel

Doeltje wisselen

Eén doel van krijt, iedereen tegen iedereen, en wie scoort mag uit het doel.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

groep 3 t/m 8 15 min Buiten
Buitenspel

Muurpass om de beurt

Om de beurt de bal tegen de muur, en die moet blijven rollen. Wie hem stil laat liggen, is af.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

groep 4 t/m 8 15 min Buiten