Wereldje
Eén doel, één keeper, en iedereen tegen iedereen. Wie scoort gaat door, de laatste is af.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Eén tegen één in een klein vak. Wie de bal tussen de benen van de ander door speelt, wint meteen.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Schoolplein · 24 × 16 m · 11 onderdelen
Wat heb je nodig
Twee kinderen in een vak van vier bij vier meter. Je probeert te scoren in het doeltje van de ander, maar er is een snellere manier om te winnen: speel de bal tussen de benen van je tegenstander door en vang hem aan de andere kant op — dat is een panna, en dan is het potje meteen afgelopen. Het is het spel dat je op elk straathoekje kunt spelen en dat leert wat een schijnbeweging is.
De rij is hier het probleem: met twaalf kinderen speel je één op de zes minuten. Twee of drie vakken naast elkaar en korte potjes. Laat de wachtenden de tijd bijhouden, dan hebben ze een taak.
Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.
Speel alleen op doelpunten. Voor wie de bal nog niet goed onder controle heeft, is een panna vooral iets wat je overkomt, en dat is geen leuke manier om te verliezen.
In een groter vak, met dezelfde regels. Overspelen wordt dan belangrijker dan dribbelen, en er staan minder kinderen langs de kant.
Twee vakken naast elkaar en een schema. Winnaars schuiven door naar het linkervak, verliezers naar het rechter. Na een kwartier heeft iedereen zes potjes gespeeld.
Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 3 · groep 6-8.
Keeperspelen
Met een bal een tegenstander (keeper) passeren om een doel te raken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen en het doel te verdedigen
Lummelspelen
Met een bal een tegenstander (lummel) passeren om een medespeler te bereiken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen om zelf in balbezit te komen
Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.
In een klein vak staan twee kinderen dicht op elkaar. Spreek af: niet sleten, niet duwen, en de bal laag houden. Zet het vak niet vlak langs een muur — je stapt achteruit zonder te kijken.
Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen
Niet ingelogd?
Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.
Reviews laden…
Eén doel, één keeper, en iedereen tegen iedereen. Wie scoort gaat door, de laatste is af.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Voetbal zonder doelen: je scoort door een teamgenoot in een hoepel aan te spelen.
Bron: Gymlessen.app-redactie
Voetbal waarbij je je alleen op handen en voeten mag voortbewegen.
Bron: Combinatiefunctionarissen Sport van de gemeente Zwartewaterland