Aapje in het midden
Overspelen in een kring, met één kind in het midden dat de bal wil onderscheppen.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Eén doel, één keeper, en iedereen tegen iedereen. Wie scoort gaat door, de laatste is af.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Schoolplein · 24 × 16 m · 10 onderdelen
Wat heb je nodig
Met hoeveel?
5 tot 16 kinderen
Hoe lang?
20 min
Wat heb je nodig?
Eén doel, één keeper, en iedereen tegen iedereen. Wie scoort gaat door, de laatste is af.
Denk hieraan: Iedereen jaagt op dezelfde bal, dus schoppen tegen schenen gebeurt. Spreek af dat er niet gesleept wordt en dat de keeper de bal in zijn handen mag pakken — een keeper die in een kluwen voeten duikt, is het risico niet waard.
Het klassieke straatvoetbalspel. Eén doel, één keeper, en alle anderen spelen voor zichzelf. Wie scoort is door naar de volgende ronde; wie na een afgesproken tijd niet gescoord heeft, is af. Elke ronde valt er iemand af, tot er twee over zijn voor de finale. Samenwerken mag, maar alleen zolang het jou helpt — en dat maakt elke ronde opnieuw een ander spel.
Met meer dan tien kinderen wordt het een kluwen. Maak dan twee velden. Zet de keeper telkens voor één ronde vast en wissel daarna: keeper zijn is minder leuk, dus laat niemand het twee rondes achter elkaar doen.
Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.
Speel gewoon door en houd bij wie hoeveel scoort. Voor een groep waarin het verschil in voetbalvaardigheid groot is, is afvallen wreed — dan staat dezelfde helft elke pauze weer aan de kant.
Een doelpunt telt pas als de bal onderweg minstens één andere speler heeft geraakt. Dan kan de beste voetballer niet in zijn eentje de hele ronde beslissen.
In de laatste rondes alleen met je zwakke voet. Dat draait de rangorde vaak volledig om.
Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 3 · groep 6-8.
Keeperspelen
Met een bal een tegenstander (keeper) passeren om een doel te raken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen en het doel te verdedigen
Lummelspelen
Met een bal een tegenstander (lummel) passeren om een medespeler te bereiken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen om zelf in balbezit te komen
Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.
Iedereen jaagt op dezelfde bal, dus schoppen tegen schenen gebeurt. Spreek af dat er niet gesleept wordt en dat de keeper de bal in zijn handen mag pakken — een keeper die in een kluwen voeten duikt, is het risico niet waard.
Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen
Niet ingelogd?
Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.
Reviews laden…
Overspelen in een kring, met één kind in het midden dat de bal wil onderscheppen.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Eén doel van krijt, iedereen tegen iedereen, en wie scoort mag uit het doel.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Om de beurt de bal tegen de muur, en die moet blijven rollen. Wie hem stil laat liggen, is af.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel