Direct naar de inhoud
Buitenspel Zonder materiaal

Schoentje wisselen

Iedereen gooit één schoen op een hoop, en dan mag je rennen. Het snelste kringspel dat er is.

Groepen
groep 1 t/m 5
Duur
10 min
Kinderen
6–30
Ruimte
Buiten

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

Zo zet je het plein neer

Schoolplein · 24 × 16 m · 15 onderdelen

Wat heb je nodig

Voor de spelers

Zo speel je het

Met hoeveel?

6 tot 30 kinderen

Hoe lang?

10 min

Wat heb je nodig?

Niks! Meteen beginnen

Iedereen gooit één schoen op een hoop, en dan mag je rennen. Het snelste kringspel dat er is.

Doe dit:

  1. Maak een grote kring met minstens twee meter tussen de kinderen en het midden.
  2. Iedereen doet één schoen uit en gooit hem op een hoop in het midden. Door elkaar, niet netjes.
  3. Iedereen gaat terug op zijn plek in de kring staan.
  4. Als iemand "start!" roept rennen alle kinderen naar de hoop, zoeken hun eigen schoen en trekken hem aan.
  5. Terug op je plek in de kring gaan staan met je schoen aan is het einde van je ronde.
  6. Wie als laatste staat, geeft de volgende keer het startsignaal.

Denk hieraan: Op sokken op tegels is glad, en twintig kinderen die tegelijk naar één punt rennen botsen. Maak de kring ruim, laat de kinderen op hun beurt vanaf hun eigen plek starten en speel niet op een nat plein.

Voor de juf of meester

Alle regels op een rij

Iedereen doet één schoen uit en gooit hem op een hoop in het midden van de kring. Als iemand "start!" roept rent iedereen naar de hoop, zoekt zijn eigen schoen, trekt hem aan en gaat terug op zijn plek staan. Wie het laatste staat, mag de volgende ronde het startsignaal geven. Het is chaos van precies vijftien seconden, en dan willen ze het meteen nog een keer.

Voorbereiding

Zo zet je het klaar

Organisatietip

Bij een grote klas twee hopen en twee kringen, anders is er meer geduw dan spel. Kijk voordat je begint of iedereen schoenen aanheeft die snel aan en uit kunnen; is dat niet zo, doe dan de estafettevariant.

Bijstellen

Makkelijker of moeilijker maken

Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.

Voor groep 1-2: op sokken terug

Schoen zoeken en meenemen is genoeg; aantrekken doe je daarna rustig. Strikken kost kleuters te veel tijd en dat maakt het spel oneerlijk voor wie het nog niet kan.

Samen: als estafette

Twee teams, twee hopen. Één voor één rennen: de volgende mag pas als de vorige staat. Dan wordt het van een sprint een teamspel.

Moeilijker: de schoen van een ander

Je pakt een willekeurige schoen en zoekt de eigenaar. Pas als iedereen zijn eigen schoen aan heeft, is de klas klaar. Dat is samenwerken in plaats van rennen.

Leerlijn

Waar deze les in de lijn past

Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 2 · groep 3-5.

Tikspelen

Hele lijn

Tikspelen

Een loper bedreigen door deze te willen tikken, terwijl de loper probeert het tikken te voorkomen

  • wegloopspelen met opdracht voor lopers en/of meer richtingen
  • overloopspelen met samenwerking tussen lopers of met duotikkers
  • kriskrasspelen met vrijplaatsen en/of bevrijden en samenwerken

Afgooispelen

Bedreigen van een loper door deze af te willen gooien, terwijl de loper probeert het afgooien te voorkomen

  • afgooien en voorkomen afgegooid te worden bij eenvoudige trefbalvormen
  • afgooien en voorkomen afgegooid te worden bij jagerbal met overloop

Mikken

Wegspelen van een speelvoorwerp om dit zo precies mogelijk in of tegen een mikdoel te krijgen

  • mikken op een hooggeplaatstdoel
  • schoppen met een bal tegen een mikdoel
  • bal in vlak mikdoelrollen

Wegspelen

Wegspelen van een speelvoorwerp om dit zo hard en/of ver mogelijk weg te krijgen

  • verwerpen via de muur
  • slaan met slagvoorwerp

Stoeispelen

Hele lijn

Duwen of trekken aan een tegenstander om deze uit balans te brengen terwijl deze probeert deze balansverstoring te voorkomen

  • uit balans brengen van een tegenspeler enbalansverstoring voorkomen bij stoeispelen waarin meerdere voorwerpen (naar keuze) worden afgepakt
  • uit balans brengen van een tegenspeler enbalansverstoring voorkomen bij duwen en trekken

Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.

Waar werk je aan

  • Sprinten
  • Iets van jezelf herkennen
  • Schoenen strikken
  • Snel handelen

Waar je op let

Op sokken op tegels is glad, en twintig kinderen die tegelijk naar één punt rennen botsen. Maak de kring ruim, laat de kinderen op hun beurt vanaf hun eigen plek starten en speel niet op een nat plein.

Reviews van leerkrachten

Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen

Niet ingelogd?

Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.

Log in met een schoolmailadres

Reviews laden…

Past dit net niet?

Lessen die hierop lijken

Buitenspel

De vloer is lava

Wie de grond raakt, is erbij. En het kan elk moment geroepen worden.

Bron: Jantje Beton

groep 1 t/m 6 15 min Buiten
Buitenspel

Krijtparcours

Een baan van krijt over het hele plein: springen, balanceren, draaien. De klas tekent hem zelf.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

groep 1 t/m 5 20 min Buiten
Buitenspel

Rolrace

Van een helling af rollen, of over het gras. Wie komt er als eerste beneden?

Bron: Familie Fit — buitenspelen

groep 1 t/m 5 10 min Buiten