Direct naar de inhoud
Buitenspel Zonder materiaal

Derde man af

Twee tikken elkaar, en wie zich bij een tweetal aansluit, stuurt de ander weg. Een kring die nooit stilstaat.

Groepen
groep 4 t/m 8
Duur
15 min
Kinderen
9–32
Ruimte
Buiten

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

Zo zet je het plein neer

Schoolplein · 24 × 16 m · 21 onderdelen

Voor de spelers

Zo speel je het

Met hoeveel?

9 tot 32 kinderen

Hoe lang?

15 min

Wat heb je nodig?

Niks! Meteen beginnen

Twee tikken elkaar, en wie zich bij een tweetal aansluit, stuurt de ander weg. Een kring die nooit stilstaat.

Doe dit:

  1. Maak een grote kring van tweetallen: steeds twee kinderen achter elkaar, met het gezicht naar het midden.
  2. Twee kinderen blijven over. Eén is de tikker, de ander de vluchter.
  3. De vluchter rent buiten om de kring heen, de tikker erachteraan.
  4. De vluchter kan ontsnappen door vóór een tweetal te gaan staan. Dan zijn ze met z'n drieën.
  5. De achterste van die drie is nu af en moet meteen wegrennen — hij is de nieuwe vluchter.
  6. Wordt de vluchter getikt vóór hij ergens aansluit, dan wisselen de rollen om en rent de tikker.

Denk hieraan: Spreek één looprichting af: twee kinderen die tegen elkaar in om dezelfde kring rennen, botsen frontaal. Houd de tweetallen minstens een armlengte uit elkaar, zodat er ruimte is om voor iemand te gaan staan.

Voor de juf of meester

Alle regels op een rij

De klas staat in een kring, in tweetallen achter elkaar. Buiten de kring rent één kind achter een ander aan. Word je getikt, dan ben jij hem. Maar je kunt ontsnappen: ga voor een tweetal staan, en dan is dat tweetal ineens met z'n drieën — en de achterste van die drie is af en moet rennen. Zo verspringt de achtervolging telkens naar een andere kant van de kring, en weet niemand wanneer hij aan de beurt is.

Voorbereiding

Zo zet je het klaar

Organisatietip

Met minder dan negen kinderen valt het spel stil, want er zijn te weinig tweetallen om heen te vluchten. Met meer dan dertig wordt de kring zo groot dat één rondje een sprint van veertig meter is; maak dan twee kringen.

Bijstellen

Makkelijker of moeilijker maken

Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.

Makkelijker: langzamer

Niemand mag rennen, alleen snelwandelen. Op een klein plein en voor groep 3-4 is dat de enige manier waarop het spel niet in botsingen eindigt.

Moeilijker: twee achtervolgingen

Twee tikkers en twee vluchters tegelijk in dezelfde kring. Nu moet iedereen twee kanten in de gaten houden.

Andersom: derde man ís hem

Niet de achterste maar de vóórste van de drie is af. Dat klinkt als een detail maar draait de tactiek volledig om.

Leerlijn

Waar deze les in de lijn past

Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 3 · groep 6-8.

Tikspelen

Hele lijn

Tikspelen

Een loper bedreigen door deze te willen tikken, terwijl de loper probeert het tikken te voorkomen

  • combinatie van wegloop-en overloopspelen
  • overloopspelen met duolopers
  • kriskrasspelen met functiewisselingen

Afgooispelen

Bedreigen van een loper door deze af te willen gooien, terwijl de loper probeert het afgooien te voorkomen

  • afgooien en voorkomen afgegooid te worden bij trefbal met meer scoringsmogelijkheden
  • afgooien en voorkomen afgegooid te worden bij jagerbal met bevrijden en schuilen

Springen

Hele lijn

Vrij springen

Afzetten om lang in de lucht te zweven

  • vrije sprongen met trucs

Steunspringen

Afzetten om lang te zweven voor en/of na de handenplaatsing op een steunvlak

  • wendsprong maken met minitramp
  • rollen op verhoogd vlak met minitramp en verhoogde aanloop
  • hurksprongmaken metafzet vanaf springplank
  • spreidsprong maken met springplank
  • radslag maken met aanloop

Hardlopen

Hele lijn

Lopen om zo snel mogelijk ergens te komen

  • (rijen)estafette lopen met estafettestokje
  • sprinten in wedstrijdvorm

Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.

Waar werk je aan

  • Sprinten
  • Opletten
  • Snel beslissen
  • Ruimtelijk inzicht

Waar je op let

Spreek één looprichting af: twee kinderen die tegen elkaar in om dezelfde kring rennen, botsen frontaal. Houd de tweetallen minstens een armlengte uit elkaar, zodat er ruimte is om voor iemand te gaan staan.

Reviews van leerkrachten

Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen

Niet ingelogd?

Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.

Log in met een schoolmailadres

Reviews laden…

Past dit net niet?

Lessen die hierop lijken

Buitenspel

Sardientjes

Verstoppertje omgekeerd: één kind verstopt zich en wie hem vindt, kruipt erbij.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

Zonder materiaal
groep 3 t/m 8 15 min Buiten
Buitenspel

Zaklopen

Twee benen in één zak en dan zo snel mogelijk naar de pion en terug. Vallen hoort erbij.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

groep 1 t/m 8 10 min Buiten
Buitenspel

Aapje in het midden

Overspelen in een kring, met één kind in het midden dat de bal wil onderscheppen.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

groep 3 t/m 8 10 min Buiten