Aapje in het midden
Overspelen in een kring, met één kind in het midden dat de bal wil onderscheppen.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Zes doelen over het plein en een kaart om af te vinken. Alles raak is de volle kaart.
Bron: Potje buitenspelen — Kenniscentrum Sport & Bewegen en VeiligheidNL
Schoolplein · 24 × 16 m · 12 onderdelen
Wat heb je nodig
Verspreid over het plein staan zes doelen: een emmer, twee hoepels, een krat, een krijtcirkel, een pion. Bij elk doel staat met krijt een nummer. Je krijgt een kaartje met zes vakjes en gaat langs de doelen; elke keer dat je raak gooit of schiet, ren je naar de stempelplek en zet je een streepje bij dat nummer. Wie als eerste zijn kaart vol heeft, heeft gewonnen — en het rennen tussen de doelen door is minstens de helft van het spel.
De stempelplek in het midden is niet toevallig: daardoor ren je na elke worp het plein over en is het spel ook een looptraining. Laat de kinderen zelf de doelen uitzetten — dat kost tien minuten en de baan blijft de hele week liggen.
Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.
Alle werplijnen twee meter dichterbij en alleen grote doelen. Een parcours waar niemand iets raakt is geen parcours maar een teleurstelling.
Groepjes van drie, één kaart per groepje. Je mag pas naar het volgende doel als iedereen dat doel geraakt heeft.
Schieten in plaats van gooien, en met je andere voet. Bij de laatste twee doelen alleen — anders duurt het te lang.
Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 3 · groep 6-8.
Keeperspelen
Met een bal een tegenstander (keeper) passeren om een doel te raken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen en het doel te verdedigen
Lummelspelen
Met een bal een tegenstander (lummel) passeren om een medespeler te bereiken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen om zelf in balbezit te komen
Lopen om zo snel mogelijk ergens te komen
Mikken
Wegspelen van een speelvoorwerp om dit zo precies mogelijk in of tegen een mikdoel te krijgen
Wegspelen
Wegspelen van een speelvoorwerp om dit zo hard en/of ver mogelijk weg te krijgen
Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.
Zes doelen betekent zes ballen die alle kanten op vliegen. Zet de doelen zo neer dat niemand achter een doel langs hoeft te lopen, en houd de werplijnen uit elkaar.
Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen
Niet ingelogd?
Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.
Reviews laden…
Overspelen in een kring, met één kind in het midden dat de bal wil onderscheppen.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Een piramide van blikken en drie ballen. De kermis op het schoolplein.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel
Eén doel van krijt, iedereen tegen iedereen, en wie scoort mag uit het doel.
Bron: Traditioneel straat- en pleinspel