Direct naar de inhoud
Buitenspel

Stempelkaart mikken

Zes doelen over het plein en een kaart om af te vinken. Alles raak is de volle kaart.

Groepen
groep 3 t/m 8
Duur
20 min
Leerlingen
2–24
Ruimte
Buiten

Bron: Potje buitenspelen — Kenniscentrum Sport & Bewegen en VeiligheidNL

Zo zet je het plein neer

Schoolplein · 24 × 16 m · 12 onderdelen

Stempelplek123456

Wat heb je nodig

Het spel

Hoe werkt het?

Verspreid over het plein staan zes doelen: een emmer, twee hoepels, een krat, een krijtcirkel, een pion. Bij elk doel staat met krijt een nummer. Je krijgt een kaartje met zes vakjes en gaat langs de doelen; elke keer dat je raak gooit of schiet, ren je naar de stempelplek en zet je een streepje bij dat nummer. Wie als eerste zijn kaart vol heeft, heeft gewonnen — en het rennen tussen de doelen door is minstens de helft van het spel.

Voorbereiding

Zo zet je het klaar

  1. 1Zet zes doelen verspreid over het plein: een emmer, twee hoepels, een krat, een krijtcirkel, een pion. Nummer ze met krijt.
  2. 2Teken bij elk doel een werplijn op een afstand die past bij dat doel — een emmer dichterbij dan een hoepel.
  3. 3Maak kaartjes met zes vakjes, één per doel. Of teken ze gewoon met krijt op de tegels.
  4. 4Iedereen begint bij een ander doel, zodat er nergens een rij ontstaat.
  5. 5Raak? Ren naar de stempelplek en zet een streepje bij dat nummer. Mis? Probeer opnieuw of ga door naar het volgende doel.
  6. 6Wie als eerste alle zes de vakjes vol heeft, roept het. Daarna spelen de anderen door tot ze klaar zijn.

Klaarzetten

0/4

Organisatietip

De stempelplek in het midden is niet toevallig: daardoor ren je na elke worp het plein over en is het spel ook een looptraining. Laat de kinderen zelf de doelen uitzetten — dat kost tien minuten en de baan blijft de hele week liggen.

Bijstellen

Makkelijker of moeilijker maken

Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.

Makkelijker: dichterbij en groter

Alle werplijnen twee meter dichterbij en alleen grote doelen. Een parcours waar niemand iets raakt is geen parcours maar een teleurstelling.

Als estafette

Groepjes van drie, één kaart per groepje. Je mag pas naar het volgende doel als iedereen dat doel geraakt heeft.

Moeilijker: met je zwakke voet

Schieten in plaats van gooien, en met je andere voet. Bij de laatste twee doelen alleen — anders duurt het te lang.

Leerlijn

Waar deze les in de lijn past

Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 3 · groep 6-8.

Doelspelen

Hele lijn

Keeperspelen

Met een bal een tegenstander (keeper) passeren om een doel te raken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen en het doel te verdedigen

  • gooien met de bal of voetballen op het doel enverdedigen van het doel bij complexere vormen van chaosdoelenspel
  • gooien met de bal over een lijn om de bal op de grond te krijgen bij de andere partij met wisselende partijsamenstellingen

Lummelspelen

Met een bal een tegenstander (lummel) passeren om een medespeler te bereiken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen om zelf in balbezit te komen

  • gooien van de bal naar een medespeler enonderscheppen van de bal bij lummelspelen met complexere afspeelmogelijkheden

Hardlopen

Hele lijn

Lopen om zo snel mogelijk ergens te komen

  • (rijen)estafette lopen met estafettestokje
  • sprinten in wedstrijdvorm

Mikken

Wegspelen van een speelvoorwerp om dit zo precies mogelijk in of tegen een mikdoel te krijgen

  • mikken op een hoger geplaatst doel
  • mikken op doel in wedstrijdverband
  • met passende vaart gericht gooien met een kleine bal
  • slaan met stick in een mikdoel

Wegspelen

Wegspelen van een speelvoorwerp om dit zo hard en/of ver mogelijk weg te krijgen

  • afstand werpen
  • slaan van aangegooide bal

Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.

Waar werk je aan

  • Mikken
  • Kracht doseren
  • Uithoudingsvermogen
  • Zelf bijhouden

Waar je op let

Zes doelen betekent zes ballen die alle kanten op vliegen. Zet de doelen zo neer dat niemand achter een doel langs hoeft te lopen, en houd de werplijnen uit elkaar.

Reviews van leerkrachten

Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen

Niet ingelogd?

Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.

Log in met een schoolmailadres

Reviews laden…

Past dit net niet?

Lessen die hierop lijken

Buitenspel

Aapje in het midden

Overspelen in een kring, met één kind in het midden dat de bal wil onderscheppen.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

groep 3 t/m 8 10 min Buiten
Buitenspel

Blikgooien

Een piramide van blikken en drie ballen. De kermis op het schoolplein.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

groep 1-2, groep 3, groep 4, groep 5, groep 6, groep 7, groep 8 10 min Buiten
Buitenspel

Doeltje wisselen

Eén doel van krijt, iedereen tegen iedereen, en wie scoort mag uit het doel.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

groep 3 t/m 8 15 min Buiten