Direct naar de inhoud
Buitenspel

De vangdans

Twee ballen die rondgaan terwijl er muziek klinkt. Wie hem vasthoudt als het stopt, is af.

Groepen
groep 1-2, groep 3, groep 4, groep 5, groep 6
Duur
10 min
Leerlingen
6–30
Ruimte
Buiten

Bron: Potje buitenspelen — Kenniscentrum Sport & Bewegen en VeiligheidNL

Zo zet je het plein neer

Schoolplein · 24 × 16 m · 11 onderdelen

Wat heb je nodig

Het spel

Hoe werkt het?

Een kring, twee ballen en muziek — of gewoon een klas die klapt. Je gooit de bal zo snel mogelijk door naar iemand anders, want wie hem vasthoudt op het moment dat het geluid stopt, ligt eruit. Met twee ballen tegelijk wordt het ineens chaos: je let op de een terwijl de ander van achteren komt. Regent het? Dan gooi je natte sponzen in plaats van ballen, en dan is afgaan juist het leukst.

Voorbereiding

Zo zet je het klaar

  1. 1Maak een ruime kring, ongeveer twee meter tussen iedereen.
  2. 2Geef twee kinderen aan weerszijden van de kring elk een bal.
  3. 3Zet de muziek aan, of laat een kind buiten de kring klappen.
  4. 4Gooi de bal zo snel mogelijk door naar iemand anders — niet naar je buurman, dat is te makkelijk.
  5. 5Stopt het geluid, dan ligt wie een bal vasthoudt eruit. De kring wordt kleiner.
  6. 6Speel door tot er twee kinderen over zijn. Die spelen de finale met één bal.

Klaarzetten

0/2

Organisatietip

De muziek is het minst betrouwbare deel: buiten hoor je een telefoon amper. Laat liever een kind klappen of op een emmer slaan, en laat dat kind met de rug naar de kring staan zodat het niet kan sturen wie eruit ligt.

Bijstellen

Makkelijker of moeilijker maken

Hetzelfde spel moet in groep 3 én groep 8 werken. Dit zijn de knoppen waaraan je draait.

Makkelijker: één bal, en overgooien mag naar iedereen

Met één bal en zonder regels over naar wie je gooit, is het voor groep 1-2 al spannend genoeg.

Niemand valt af

Wie de bal vasthoudt krijgt een punt in plaats van dat hij eruit ligt. Na vijf rondes heeft de winnaar de mínste punten. Dan speelt iedereen tot het eind mee.

In de regen: met sponzen

Twee natte sponzen in plaats van ballen. Regent het al, dan word je toch nat — en dan is dit ineens het beste spel van de dag.

Leerlijn

Waar deze les in de lijn past

Volgens de inhoudslijnen bewegingsonderwijs van SLO oefen je hiermee aan de volgende thema's. De doelen hieronder horen bij fase 3 · groep 6-8.

Doelspelen

Hele lijn

Keeperspelen

Met een bal een tegenstander (keeper) passeren om een doel te raken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen en het doel te verdedigen

  • gooien met de bal of voetballen op het doel enverdedigen van het doel bij complexere vormen van chaosdoelenspel
  • gooien met de bal over een lijn om de bal op de grond te krijgen bij de andere partij met wisselende partijsamenstellingen

Lummelspelen

Met een bal een tegenstander (lummel) passeren om een medespeler te bereiken terwijl de tegenspeler probeert de bal te onderscheppen om zelf in balbezit te komen

  • gooien van de bal naar een medespeler enonderscheppen van de bal bij lummelspelen met complexere afspeelmogelijkheden

Mikken

Wegspelen van een speelvoorwerp om dit zo precies mogelijk in of tegen een mikdoel te krijgen

  • mikken op een hoger geplaatst doel
  • mikken op doel in wedstrijdverband
  • met passende vaart gericht gooien met een kleine bal
  • slaan met stick in een mikdoel

Wegspelen

Wegspelen van een speelvoorwerp om dit zo hard en/of ver mogelijk weg te krijgen

  • afstand werpen
  • slaan van aangegooide bal

Bewegen op muziek

Hele lijn

Bewegen op muziek

Bewegen n.a.v. het tempo van de muziek Aanpassen van het tempo en ritme van het bewegen aan het tempo en ritme van de muziek

  • gaan in looppas in op actuele muziek
  • individueel springenenschuiven op actuele muziek

Een dans uitvoeren op muziek

Uitvoeren van verschillende bewegingspatronen op de muziek

  • uitvoeren van street-of jazzdans

Bron: SLO, Inhoudslijnen primair onderwijs — Bewegingsonderwijs (juli 2018). De koppeling met deze les is een voorstel op basis van het speltype en de beschrijving.

Waar werk je aan

  • Gooien en vangen
  • Reactiesnelheid
  • Overzicht houden
  • Op je beurt letten

Waar je op let

Zachte ballen, geen harde. Spreek af dat je onderhands gooit en op de handen mikt, niet op het hoofd. Bij sponzen: op een plek waar nat worden mag.

Reviews van leerkrachten

Geverifieerde leerkrachten of gasten (na goedkeuring) — echte ervaringen

Niet ingelogd?

Log in met je schoolmailadres, of ga verder zonder account — dat wordt dan wel eerst door een beheerder bekeken voordat het zichtbaar wordt.

Log in met een schoolmailadres

Reviews laden…

Past dit net niet?

Lessen die hierop lijken

Buitenspel

Blikgooien

Een piramide van blikken en drie ballen. De kermis op het schoolplein.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

groep 1-2, groep 3, groep 4, groep 5, groep 6, groep 7, groep 8 10 min Buiten
Buitenspel

Keeper in de kring

Een kring van benen, één keeper in het midden, en jij probeert er tussendoor te schieten.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

groep 1-2, groep 3, groep 4, groep 5, groep 6 10 min Buiten
Buitenspel

Aapje in het midden

Overspelen in een kring, met één kind in het midden dat de bal wil onderscheppen.

Bron: Traditioneel straat- en pleinspel

groep 3 t/m 8 10 min Buiten